Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WA ERE LD. [>//ƒ 176*9] -9

banks en Doftor solander gongen mede in de floep en landden op het eiland, daar zij, voor het avond wierd, drie varkens, een en twintig hoenderen en zoo veele yams en plataanen kogten als de boot bevatten kon. Plataanen waren voor ons eene betere ververfching dan fpek, want zij wierden gekookt en het volk als brood opgedischt , en waren nu des te aangenaamer, omdat onze bifcuit zoo vol wormen was, dac wij, ondanks alle mogelijke zorgvuldigheid, fomtijds twintig van dezelve tegelijk in onzen mond kreegen, die alle zoo fterk als mostaart imaakten. Het eiland kwam ons dorrervoor èanUlietea, maar de voortbrengzelen waren dezelfde. Het volk geleek ook volkoomen naar dat, 't welk wij op de andere eilanden gezien hadden; het was niet talrijk, maar het fchoolde van alle kanten rondom de boot, waar zij ook voer, te zaamen, medebrengende hetgeen zij te koop hadden. Zij betoonden den vreemdelingen, van welke zij door tupia bericht ontvangen hadden, den zelfden eerbied , dien zij gewoon waren jegens hunne eigen Koningen in acht te neemen, ontblooteden hunne fchouderen en wonden hunne klederen om hunne borst en zij waren zoo zorgvuldig om te maaken dat zulks door niemand van het volk verzuimd wierd, dat zij iemand met hun mede zonden , die ieder eenen, welken zij ontmoeteden , toeriep wie zij waren en wat hij doen moest» B s Ik

Sluiten