is toegevoegd aan uw favorieten.

Reizen rondom de waereld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WAERELD. [OB. 69

harst-pijnboom, die 'er in grooten overvloed wast en zeer groot wordt, naardien veele, ter hoogte van de borst, zoo dik waren als twee mannen konden omvademen en zeer lang en regt» Deeze pijnboom is van eene foort tusfchen die, welke in Nieuw-Zeeland wast, en die in NieuwCaledonia, terwijl het loof enigzints van beiden verfchilt, en het hout is niet zoo zwaar als dat van den eerden, en niet zoo ligt en digt als dat van den Jaatden. Hij gelijkt veel naar den pijnboom van Qiiebec. Tot omtrent vijftig roeden van den zee-kant is de grond zoo dik met planten en heefters bedekt, dat men naauwlijks verder binnen 'slands kan doordringen. De bosfehen waren volkoomen ruim en vrij van kreupelhout, en de grond fcheen rijk en diep te wezen.

Wij vonden 'er dezelfde foorten van duiven, parkieten en papegaaien als in Nieuw ■ Zeeland, rallen en enig klein gevogelte. De zee vogelen zijn witte gekken, meeuwen en zee-zwaluwen, die ongedoord op de dranden en in de klooven der klippen broeden.

Daar is zoet water op het eiland; en naardien 'er kool-palmen, wilde zuuring, haazen-latuw en zee-venkel op fommige plaatfen op het drand in overvloed donden, bragten wij van elk deezer gewasfen zoo veel aan boord a!s de tijd, dien wij hadden om dezelve te plukken, ons toeliet. Deeze kool-pajnjen waren niet dikker dan eens mans E 3 been,