Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WATER, ioj

Lorgna, 32- 34, gelyk ookvanLEc»

ehi, d'Alembert en Bossut volgen,34, 35, Deeze allen hebben de Theorien en onderftellingen, welke , federt de geboorte der Hydrometrie, tot nu toe, zvnuitgedagt, om de fnelheden des ftroomenden waters, te bepaalen, opgegeeven, 36—41. Dus gaat de Schryver over tot de tweede Afdeeling, en merkt aan, dat de meeste Theorien rusten op de Analogie , die een ftroomend water heeft, of met een lichaam, het welk langs een hellend vlak valt, of met 't water, hetgeen uit de opening van een vol vat vloeit, hoewel met eenig onder-

fcheid, 42 53. Dan daar is een wet van

vertraaging, die Michelotti met reden, als een voornaam grondbeginfel der Hydrometrie , heeft voorgedraagen, 54 59. L e c-

chi haalt een geval aan, hem door iüoscovich medegedeeld, om te doen zien, hoe groot de vertraaging der fnelheid'van ftroomend water zy, en wat daaruitvolgt, 60 64. Alle de voorgedraagen Theorien leeren dan eene toeneemende fchaal van fnelheden, dat is, dac de fnelheid, van de oppervlakte af gerekend tot na of by den bodem,vermeerderen. Maar nu werden hieruit twee vraagen gebooren 9

1. in hoe verre bevestigen oude en laatere proeven deeze toeneemende fchaal van fnelheden?

2. of door eenige van die proeven eene wet van vertraaging gevonden is , zonder welke alle Theorien nutteloos zyn ? 64, 64. Om aan dfe vraagen te voldoen, worden eerst opgegeeven de proeven met de Hydrometrifche Flesch van Dr. Nad 1,66'-69; die van Zeno»ini 71—

84»

Sluiten