Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5oo Het E E 11 S T E BOE K

HOOFDDEEL XLV.

v«, i. Toen kon

zich Josepii niet bedwingen voor allen die hii hem ftonden , cn hij riep, doet alle man van mij uitgaan : en daar ftond niemand hii hem , a's J o s e t' u zich aan zijne broederen bekend maakte.

vs. En hii verhiel' zijne ftem met ^wecnen; zo dat het de Egyptcnaaren hoornen, en dat het Pu 3Wu's huis hoorde.

vs. 3. En J o s e p ït zeide tot zünc broederen ; ik ben | oSEph; leeft mijn va-

n. i. Hij had nu ook alle voldoening. — Zijn oogmerk was te onderzoeken hoe het met dc eerbied cn liefde, jegens hunnen ouden Vader

was. — En of 'cr wel onderlinge eendragt onder hen heerschte. Wat

angst ontftond 'cr in het harte, toen zij hoorden, dat elk moest uit gaan. — Welk eene omwending! — welk eene verrasfchïng!

vs. 3. Hij zal nu Hebreeuwsch gelproken hebben. — Dit is cene Ecyptifche wijze van weeneu nog heden tiaar in gebruik: dat is zonder

voor-

Joseph, in deze aandoenlijke omftan* dighéden , overmeesterd door zijne bcoeder-liefde, bemerkte, dat hij zelfs in de tegenwoordigheid van zijne Hofbedienden , zich ontdekken mogt: gebood, met eenige drift, dat ieder, behalvcu deze vreemdelingen, zich, hoe eerder hoe liever, uit het gehoor-vertrek zoude verwijderen. Daadljjk zag men de gehoorzaal van den gun&ling des Koning,- leedig, cn 'er was niemand meer dan Josepii cn zijne broederen: en dit was het tijdtlip, in het welke hij zich openbaarde.

De zo lang bedwongene hartstochten braken nu door weenen, uit, zelfs zo luid, dat de Egyptcnaaren op de ftraat, cn de Hovelingen van P 11 ara o's Hof zulks hooren konden.

Afgebroken en onder het Horten van eenen vloed van traancn, zegt hij: ik beu Joseph uw broeder! leeft mijn

Sluiten