Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 KORTE GESCHIEDENIS VAN DB

I467

I j

Op eene niet lang daar na weder vergaderde Synode, opperde men deeze vraag: of de ordening, welk een Presbijter verricht, even zoo nuttig zij als die, welke door een Bisfchop gerchied? Het Synodaal befluit was: „ dat vol.» gens de inrichting der Apostelen, en het ge, fchiedverhaal der eerfte Christelijke Kerke de , Oudften, of Ouderlingen, welke men ook Pres, bijters noemde, van de Bisfchoppen niet on, derfcheiden waren,? en de Ouderlingen zoo wel , als de Bisfchoppen, de bevestigingen, en orde, ningen der Kerkendienaaren zonder onderfcheid , verricht hadden. Dat dit 'door yerfcheiden , Kerkvaders aangetoond is, en inzonderheid , van Hieronimus betuigd geworden; uit , wiens geschriften, en uit die van anderen dui, delijk bleek, dat men, dewijl de Presbijters; , zoo fterk kleefden aan dien, welke hen ge, ordend had, en men des wegen reden had te , vreezen, dat partijfchap, en tweefpalt daar uit , zoude hebben kunnen voortfpruiten, het daar, om noodig gevonden had, zich over dit ftuk i me* elkander te vereenigen, en het befluit te , neemen, dat men uit het getal der Presbijters , éénen zoude verkiezen, die den voorrang boven , anderen hebben, en voortaan het werk der i bevestiging, en ordening van Kerkendienaars , waarneemen zoude. Naar dit Apostolisch ,' Voorbeeld konden de Broeders dus ook hunne Predikanten van hunne Presbijters, of Pries, ters laaten ordenen, zonder dat men de wettigheid van deeze ordeningen met grond zou, de kunnen tegenipreeken. Om echter hunne tegenpartijen alle gelegenheid te ontrieernen, de wettigheid hunner "ordeningen door eenen Presbijter te beftrijden, wierden zij' te raade

„ zich

Sluiten