Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S O P II I A.

~ Spot 'er niet mede, myne lieve Vriendin.' — ik geloof zoo min als gy aan Spooken; maar ik moet, door de ondervinding geleerd zynde, gelooven, dat 'er iet in de Natuur beftaat waar van wy geen recht denkbeeld kunnen vormen; hoor hier wat my gisteren gebeurt is:

Gy weet, ik heb de gewoonte meenig Nacht-uur aan de leezing van Boeken, die zoo in mynen fmaak vallen, op te offeren; misfchien is die gewoonte kwaad — misfchien goed: nu dat is hetzelfde, ik vermaak 'er my mede, eri dit is voldoende ; wyl 'er toch niemand eenige fchade by lydt. —

?t Was reeds één Uur geilaagen , gisteren nacht, een Werk van Ricbardfon hield my uit het Bed, ik was met mynen Auibtur in een Bosch

— de aandacht die ik aan de leezing verleende hadt my belet te zien , dat myne Kaers in den pyp brandde: eensklaps was ik in den donkeren. Geen Vuur op myne Kamer, die gy weet dat boven is, hebbende, zogt ik tastende naar den Trap, om naar beneden in de Keuken

eene andere Kaars te gaan ontfteeken. ;

Naauwlyks was ik in de Gang gekoomen, of ik hoor eenen diepen zucht achter my loofen*

— Ik beevde! doch kon geen woord uitten,

en

\

Sluiten