is toegevoegd aan uw favorieten.

De aartsvader Jacob

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rj a c o B. 22p

pen om hem van honger te doen fterven, en dat zy nu brood fmeekten van hem wien zy een beete broods weigerden, toen zy vrolyk over zyn rampfpoed, op 't gras neêrzaten, en onder elkander 't middagmaal hielden. Zo fchiep de voorzienigheid lust de boosheid tot befchaming te brengen. Zy knielen naar 's Lands wyze eerbiedig neder , en bukken '£ hoofd ter aarde, en kennen in de Egyptifche kleeding en heerlykheid hun eigen broeder niet: Maar josef kende hun ten eerften, en zag hun niet zo dra voor hem ter neergebogen, of vind zyn dromen vervuld, en verwonderd zich ftilzwygende en met dankbaar» heid over Gods weegen. Hy fpreekt zyn broeders geftreng aan met de toon een's ontzachelyken heerfchers, en befchuldigt hun van verfpieding als of zy, ziende waar 't land voor inval 't bekwaamst openlag, den vyand zulks dachten te kennen te geven. Zy verontfchul • digen zich , en betuigen vroome of vreedzame lieden te zyn, die geen krygsbegrippen in 't harte droegen, en geven hem verfiag van hun land en Vader. Doch hy veinst dit in den wind te ilaan, en horende hun gewag maken van een jonger broeder, wien zy 't huis ge • laten hadden, bedreigt, hun van hun niet weder te laten trekken, ten zy dezelve tot hem door een van hun gehaald werde, en neemt P 3 de