is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee- en dertig bedestonden, verhandelende den aart [...] van het gebed [...] met toepassingen, dankzeggingen en gebeden naar de merkwaardige omstandigheden van [...] de jaaren 1747 en 1748.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehouden den 21 Februaary 1748. 453

vs. 17. Doe een teken aan my, dat V my v/éU gaa; dat V zien, die my haaien, en zig fehaajnen moeten, dat Gy my by ftaat, Heere! en troost my.

D

avid had wreede en trotfe vyanden, byzonder aan Saul en veelen zyner gunllelingen. Saul, op Davids lof jaloers, maakte dien vroomen en getrouwen onderdaan zyn hof en land te naauw. Veele gundelingen van den Koning, ten deele zyn onftuimig ongenoegen duchtende, ten deele zelfs mismisfchien, over de groote verheffing van deezen geringen man te onvreeden, bragten alles toe,'tgeen Sauls vervolg-zucht in deezen konde koesceren. By hen was gééne verfchooning voor den armen David. Konden zy hem, als 'tware, in de diepfte hel hebben doen verzinken ; zy zouden 't gedaan hebben. ( Gelyk by de uitkomst, uit het geen zy David aandeeden, en nog verder in de Woestyne Maon Hem tragtten aan te doen, 1 Sam. XXIII. 25, 26. genoeg is gebleken.)

Zoo trots en bloed-ziek. als deze zyne vyanden waren, waarover hy vs. 7. en byzonder vs. 14. klaagt, zo barmhertig, genadig, langmoedig, en van groote goedertierenheid en trouwe , erkent de Godvruchtige dichter weeder (vs. 15.) dat God is. (*)

Dit

f**) Dat deeze eigenfchapppn in God zyn, en wat zy ons leeraaren, heb ik in de Bedeftonde, waarin ik over deoneindigheid van Cods goedertierenheidgefproken heb, breeder aan de hand gegeeven. 't Was dan volgens myne gedachte niet noodig, dat ik hier iets meerder daarvan zeide: inzonderheid, gemerkt het tot myn oogmerk toch niets kon bybrengen.

Hh 3