Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over KOLOSSENSEN II: 16, 17. 21

tige offeranden , die dan gefchieden moesten , de vreugdemaaltijden, die er op gehouden werden, toonden leevendig aan, hoe Mesfias en zijne borggerechtigheid de waare oorzaak van onze verzoening met God , en dus ook den grondflag van alle waare blijdfchap in zich beheize. Én waren er plegtigheden van eenen meer treurigen aart, het wees op de zonde, als de oorzaak van alle droefheid en ellende, en op de goddelijke rechtvaardigheid , die niet anders , dan door eene volkoomen voldoening, kan worden genoeg gedaan; welke voldoeninge, niet te vinden in het bloed van ftiercn en bokken, zeker in Hem, die eene eeuwigeverlosfing ftond aan te brengen, te zoeken en te verwachten was.

Dat ook de Sabbathen der jaaren, als het Sabbathjaar en jubelfeest, voorbeeldige plegtigheden warenden op de rust en vrijheid voor Gods kerk in het gemeen, en voor elk geestlijk Israëliër in het bijzonder te hoopen, hun uitzicht hadden,, wordt van allen gercedclijk genoeg erkend, maar hoe men den Sabbath der weeketot de fchaduwacbtige plegtigheid mede kan betrekkelijk maaken, zal welligt veelen wat duister zijn, en het gewigt der zaake vordert, dat wij hier over onze mcening nog wat duidelijker aanwijzen. — Te weetcn, in het ftuk van den Sabbath moet men twee dingen zorgvuldig onderfcheiden; de onderhouding van eenen dag, na zes werkdagen, tot eene ftaatelijke en openbaare godsdienstoefening, en de bijzondere wij • ze, waarop de Joodfche kerk, naar de bedeelinge van God over de kerk op dien tijd, Sabbath houden moest, .— Het eerstgenoemde, of de B 3 vie>

Sluiten