is toegevoegd aan je favorieten.

Stigtelijke mengelpoëzij.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L P Ö E Z IJ. • 33r

VIII.

Geef mij'van de aardfche goedren dat, Het welk uw wijsheid nodig fchat. Al is 'tniet groot, al is 't niet veel; Mij is genoeg een kinderdeel. i

I X.

Geeft ge immer overvloed aan mij; Geef mij er dan die wijsheid bij, Dat ik er matiglijk van leev', En,' blij van hart, er mild van geev'.

X.

Geef mij gezondheid; geef mij, Heer," Dat ik die heilig' tot uwe eer, En altijd daar getrouw voor waak*, Maar nooit om haar mijn pUgt verzaak'.

X I.

Verwek mij fteeds een trouwen vriend, Die met zijn raad mij trooftrijk dient, Die met mij in uw vreeze leeft, En door zijn voorbeeld leffen geeft.

Y a 53öo