is toegevoegd aan je favorieten.

Stigtelijke mengelpoëzij.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGEL POËZ IJ. 3.n

MORGENLIED. t

Mijn „eerfte zugt zij lof en dank!

Mijn hart moet Gode zingen ; God hoort zo wel mijn lofgezangk,

Als dat der hemelingen,

II.

Ik lag, en fliep geruft deez* nagt,

Ik wift van geen gevaren, Ik had geen zorg, en ook geen magt

Mij zeiven te bewaren.

I I I.

Wie was 't, die veiligheid en ruft

Des nagts voor mij bewerkte ? Wie gaf door 't flapen nieuwen luft,

En 't lichaam nieuwe fterkte ? '

Ï3 Wie