Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIEËENHEID. 5

heid, had, tf hebben konde, hunne woorden, op het nauwkeurigfte, wikken en weegen'." Zij moesten nimmer de minfte. aenleiding geeven, om te vermoeden, dat zij zelve iets voor God hielden, het welk geen God was en is; of dat zij afgodifche begrippen- van andere menfchèn, voor onverfchillig, hielden, en zich, naar die begrippen, fchikten (5).

Van eenen mose, die zijn verwilderd volk, het welk reeds voorlang, tot de gemeenfehap aen de afgoderij hunner toenmaelige overheerfchers, vervoerd, en daeraen gewoon geworden was, uit een afgodiesch Land, uitvoerde; die voorneemer.s was hen-in een land te brengen, alwaar zij, nog met de geneigdheid tot de voorige afgoderij in het hart, Wederom midden onder de Heidenen, woonen zouden; die het nochtans, niet alleen tot eenen hoofd zetregel van den Godsdienst zijnes volks, maer ook zelvs tot de eerfte grondwet van den Staet, tot den cenigen grondflag zijner ganfche Wetgeeving, maekte, dat jehovah, de god van Israël-, dc p.enige god zij; die meenigvuldige verordeningen maekte, en daeronder veele van dien aert, dat het hem.zeer bezwacrlijk Waere, dezelve bij zijn volk door te zetten, welke, voor die Natie, zeer onaengenaem, koStbaer, en bezwaerlijk waeren, alleen met dat inzicht, om flechts de minfte toetreeding van zijn Volk, tot de afgoderij der Heidenen, geheel en voor altoos te verhinderen; die het veïzaeken der godheid van jehovah, en het A 3 be-

Sluiten