Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Hui tc Heemftede.

Be/luit.

( § )

s .Een oud en deftig Slot beurt zyn beroemd muuraadje Met grootfchen luifter op, uit Heemjieê's Luftplantaadje,, En heft, op Adel fier, de gryze kruin om hoog; Op dees muuraadje veft de Aêloudheidkunde 't oog: „ Ach! zegt zy met een zucht; uw daaken zag ik rooken, ö Adelyk gefticht! toen Nederland, ontftooken In heeten burgertwift, Maria of haar' Zoon Het recht betwiften van den Graavelyken throon. 'k Zag .toen uw praalgebouw in vlam en rook verzwinden, Opgeofferd aan de wraak der bittre Hoeksgezinden. Weldraa reest ge uit uw afch, en, fchoon ge, in laatren ftond, Nog eens den geesfel der verwoefting ondervondt, Gy zyt ten langen left uit uwe puin herbooren, En ziet uw kalmer lot in zagter Eeuw befchooren. Thans fmaakt gy zoete ruft, door nyd noch twift belaagd, Daar gv een lufthof zyt, het geen de tekens draagt Van ouden Adeldom: jaa! uwe muuren praaien Met wapens, die myn oog uw helden zag behaalen, Uw helden, die deez' ftroom befparten met het bloed, Dat Neêrlands roem beftreedt, vol drifc en euvelmoed. Lang doe dit Aadlyk Slot zyn' Landheer heil ervaaren, Zy Heemftec tot een pronk, ten cieraad aan het Spaaren."

Zo fprak zy, en de zon dook in het wefterzout. 'k Had, door haar hulp gefterkt, des Spaarens lof ontvouwd. De Dichtkunft hieldt ook ophaar fhanrentuig te ftreelen. 'k Voer ftadwaards met myn hulk en lag deez' ftroomtafreelen In 'i éénzaam by my weg. Der vriendfchap ten geval!', Zien zy alléén het licht voor Liefde boven Al.

Sluiten