Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZYNER VRIENDEN REDENEN. 143

welke wy behouden moeten, zyn voor ons niet flechts gezegden van zeer wyze en Godvreezende mannen, die dwalen konnen, maar gezegden, die, volgends het verhaal van eenen van Gods Geest gedrevenen fchryver, van God zeiven zyn goedgekeurd, en ons zoo tot een richtfnoer van geloof en wandel dienen, dat wy ook, met Paulus, daarvan konnen zeggen: want daar is gefchreven.

OVER DEN BLOEÏENDEN STAAT VAN GODS GEMEENTEN, IN HET LAND VAN UZ EN NABURIGE PLAATZEN, TEN TYDE VAN JOB.

VV y bepalen, in de befchouwinge van Gods oude gemeente, gewoonlyk onze aandacht, op het volk van Israël, door hetwelk de leer van de éénheid van God, en de hope op eenen verlosfer, onder de menfchen, is bewaard gebleven. Maar, met hoevele redenen wy dit ook doen, wy moeten niet geheel vergeten, wat by andere nakomelingen van Abraham, in de oudfte tyden, al loflyks gedaan is. In dit boek van Job zien wy, naar de gewoonde gedachten, eene gebeürenis verhaald die in

GEDACHTEN,

W» bepalen, in de befchouwinge van Gods oude gemeente, gewoonlyk onze aandacht, op het volk van Israël, door hetwelk de leer van de éénheid van God, en de hope op eenen verlosfer, onder de menfchen, is bewaard gebleven. Maar, met hoevele redenen wy dit ook doen, wy moeten niet geheel vergeten, wat by andere nakomelingen van Abraham, in de oudfte tyden, al loflyks gedaan is. In dit boek van Job zien wy, naar de gewoonfte gedachten, eene gebeürenis verhaald die in K 4 den

Sluiten