is toegevoegd aan je favorieten.

Eerbare proefkusjes van vaderlandsch naïf, in de Arkadische vrijerijen van Dichtlief en Gloorroos.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GLOORROOS.

291

als zij dartelen % althans de tedre zorglief gevoelde die kracht: zij ftortte traanen van vergenoegen , dat zij zulk een lieve Maagd in de armen haarer Zuster en vriendin had wedergegeven. Zij zag op de bleeke kaaken den trek van eerbaarheid en fchóonheid. De goede vrouw meer aan de waare natuur, dan geblankette ftreeken gewoon, erkende in 't heiturven weezen van gloorroos het ware van zuivre deugd. Gloorroos gevoelde die aandoening zelve, zij bekwam van tijd tot tijd , doch wilde naar geen raad, naar geen troost, naar geene vermaaning, naar niets hooren, zo lang ze den Jongeling in het gezelfchap miste: en vooral zo men haar niet zeide waar dichtlief was. Zij zag ontroerd de hut door, — waar zijn onze gezellen? — ach! verdronken ! — verdronken ! — ach dichtlief! om mij! — om mij op den bodem der wateren verfmoord! — ach! ik hoorde uw laatlten gil! uw doodelijken gil! — uwe, helaas! ftervende Item! met de borrelende klank des doodsangfte mij nog toeroepen: mijn gloorroos! — ach wreed noodlot! — onbarmhartig noodlot! waarom mij gefcheurd uit de ftervende armen van hem , met wien ik fterven wilde! — waarom hebt gij mij van hem afT 2 ge-