Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C19;

II A A K * b 2 tiHp<ibb zang, onder het gewijdde zangkoor onthielden; indien zij flechts zorg droegen , dat zy geene lesfenaars, ofeenigzanggeltoelte, beklommen; indien zij zich tevens wachteden van om hoog te zien; indien zy zich bepaald aan den voet van hunne Vaders onthielden : (d) zoo tog „ fton* den eens „ Jezua enKad„ mi'èl met bunne zoonen „ en hunne broeders, als één éénig man, om te zaamen by ordens te „ zingen, gely& te zien is Ezr.IIl.vs 9 - i 1. 32 Zegt nu de text, dat onze Levieten , de zangers, uit die allen waren? wij kunnen eruit afleiden, dat het eerst geringe aantal der zingende Levieten nu merkelyk toegenomen en tot eene talrijke menichte van wel tweehonderd en acht en tachtig Perzoonen was uitgedijt; zoo ftaat er 1 Kron. XXV. vs. 6-7 „ deeze waren allemaal „ aan de banden van hunne Va„ deren gefleldt tot bet gezang „ van het huis desHeeren; — en ,, hun

{3) Ziet Cunaeus Repul: der Hebreen bet IVdeel, door IV. Goeree p. m. 298 en 299.

B 2

Sluiten