is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over de duellen of tweegevechten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 Verhandeling over de

Maatfchappij in het algemeen, die gij niet moogt zoeken van een lid te berooven: — maar ftel bij voorbeeld eens, dat iemand dolzinnig geuoeg ware van u uittenodigen , om hem , zoo gij 'er kans toe zaagt, in het water te werpen, of hem zijne vrouw te ontvreemden, of van zijn goed te berooven , zoudt gij dan ook denken dat u dit geoorloofd was, en dat het geene belediging zijn zoude om dat hij 'er u toe had uitgenodigd, en 'er het gevaar van had willen loopen? Ik denk niet, dat gij hier in gemoede ja ! op zult kunnen antwoorden: -— en hebt gij dan wel meer gegrondde reden om te moogen befluiten dat het geene belediging is, iemand overhoop te fteeken of te verminken ,; omdat hij dwaas genoeg is zich daar aan bloot te willen ftellen.

Doch verder, zijt gij volgens uwe (telling aan den eenen kant ongehouden eene grootere voldoening aan den geenen, die gij beledigd hebt te geeven, dan hij goedvind van u te vorderen, zoo zijt gij aan de andere zijde (zoo ik mij niet bedrieg) ook even ongehouden om hem , op zijne vordering, zulk eene voldoening te geeven, die volftrekt ftrijdig is met de regelen van rechtvaardigheid en billijkheid en die hij het recht niet heeft van u te kunnen vergen; van zulk eenen aart nu zoude zekerlijk zulk eene voldoening weezen , tot het geeven van welke gij uw eigen lighaam, leven en gezondheid in gevaar zoudt moeten ftellen , en zekerlijk hij heeft even zoo weinig recht op uw lighaam, op uw leven en op uwe gezondheid, al gij op de zijnen; ja, gij moogt (al wil-

det