is toegevoegd aan uw favorieten.

De godsdienstvriend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 199 )

vermaanden, waarfchouwden, beftraften; maar het volk bleef fteeds, dat het van 't begin geweest was, trotsch j wederftreevig, ongevoelig. Nu waren de Godfpraken van alle de profeten daar van vol, dat eens van Pakftina af verbeterde kundigheden in Heidenfche Staaten dringen, en Israël een Leeraar der Heidenen zou worden, en het Heidendom zijnen bijgeloovigen afgodsdienst met de kennis en vereering

van den eenigen God met blijdfchap zou verwisfeleni .

Als nu de halftarrigheid van het Israëlitisch volk, en hun ondankbaar, boos gedrag tegen God, deszelfs hoogften weldoener , in een helder licht zou gezet worden, dan was de over* gang tot de volgende verdichting ligt, en door de voorftel* len der profeten genoegzaam voorbereid."

Israël, als Leeraar der Heidenen, wordt door zijn éigen leerlingen, de Heidenen, ten uiterften befchaamd. Het eerfta liet zich, door waarfchouwingen, lotgevallen en ftraffen vart God niet verbeteren; maar deze bekeeren zich op het eerfte onderwijs, en verdienen Gods liefde en verfchooning."

„ Israël, de Leeraar der Heidenen, kon niet voegzamer worden voorgefteld, dan in den perzoon van eenen profeet. De opfteller verkoos den naam van eenen ouden profeet, jona , den zoon van amitthai, misfchien enkel daarom , dewijl van hem behalven den naam niets bekend Was, en hij hem daarom een charaSer naar goedvinden kon toefchrijven. DeHebreën waren hardnekkig en onbuigzaam , en lieten zich, noch door waarfchouwingen , noch door ftraffen verbeteren: de profeet derhalven, die hen verbeeldde, moest met een chara&er voorzien worden, dat het characler van het Israëlitisch volk in affchuwlijkheid niets week. Even als daarom bij het Israëlitisch volk alle middelen, 'ter zijner verbetering ter hand genomen , vruchteloos waren , zo. waren ook de fchikkingen van God niet in ftaat,

om jon a's harde hart te verzachten. Uit trotsheid

op zijne volksvoorrechten zag Israël met verfmaading op alle Heidenen neder, en wilde hen aan zijn geluk geen deel laten nemen; dus weigert deze Leeraar het gebod van eene zending aan de Heidenen aan te nemen, en mort, als God geen dood en verderf over hen brengt, en hen na hunne bekeering verfchoont. Eindelijk vloeide uit dit alles het natuurlijk gevolg voord, dat de Heidenen bij goede, edele gezindheden zich verheugen mogen over de genade van jehova, die de trotfche Hebreër hun niet wilde toeftaau."

, Bij dit voorftel verdwijnen alle zwarigheden.' —

', Veele omftandigheden, in de gefchiedenis van jona, zijn te wonderbaar voor eene wezenlijke gefchiedenis: maar

wie