is toegevoegd aan uw favorieten.

De godsdienstvriend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 223 )

menschlijke wetten , hoe yerftnndig ze ook zijn mogen » Xbnirijds niet berispt van de onkundige menigte, die, ora; dat zij niet kan doorzien, wat de wetgever beöoge, of om, welke oorzaken hij alles verordend hebbe , hem zoo veel te meer van hardheid en onredenlijkhcid befchuldigt , hoe onervaarener zij in alle zaken is. D,u nu God zelve, in het beftuur der wereld en in de befchikking der lotgevallen van elk mensch, op zulk een wijze handele, dat men dikwijls niet kan begrijpen , waarom het den godloozen wél en den vroomen kwalijk ga, zal niemand ontkennen , behalven hij, die de geheele natuur van God omkecren , cn de dingen dezer wereld aan het. beftuur der Voorzienigheid; onttrekken wil. Maar geen verftandig mensch zal waarlijk -gelooven, dat die wispeltuurigheid van 't geluk, welke in het menschlijk leven fchijnt te heerfchen, geheel geen oogmerk zoude hebben; allen integendeel erkennen , dat, offchodh wij de rede met ons verftand niet kunnen bevatten, waarom het een en het ander gefchiedt, echter alles door1 de godlijke wijsheid wél, eri ter bevoordering van het algemeene welzijn beftuurd wordt. Waarom ook paulus Roiu. IX: 20, 21. cischt, dat de mensch in den wil van God berusten , en nooit die dingen berispen moet, van welken hij de redenen niet volkomen ontdekken kan. Derhalven moet ook, in den godsdienst, ons veel willekeurig toefchijnen , dat met de natuur van God cn der fchepzelen zeer wel overeenftemt, en om geen andere rede van God bevolen is,, dan om dat het van deze orde van zaken niet konde afgefchciden blijven. Want dewijl onze kennis van alle kanten zeer nauw beperkt is , en 't menschlijk ieven zeer 'gefiingerd wordt , door onkunde van die dingen , die waarlijk heilzaam en begeerlijk zijn , zoo is het geen wonder, dat wij dikwijls verlegen ftaan , omtiend de wetten van God , daar hij door zijne wijsheid alles overziet, en mee liefde en weldaadigheid niet alleen voor alle menfchen , en dat leven , 't welk wij op deze aarde doorbrengen , maar ook voor alle andere fchepzelen en dut eeuwig leven,het geen wij na den dood verwachten, zorgen moet. Dus is 'er hoop, dat wij, ten eenigen tijde, bevrijd van onzekere gistingen en dwaalingen, volmaakter zuilen begrijpen de redenen van die dingen, waar in wij hier. niet dan toeval en willekeurigheid meenen te zien; en d:t wij dan zullen leeren, dat die deelen var» den Godsdienst, die aan onze onkunde toefchenen alleen willekeurig verordend