Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 235 )

den, en ontrust zich mijne geheele ziel ik ftel mij

j.„ vnnr het eeuwig vaarwel, dat ik van mijne kinderen

en echtgenoote zal moeten nemen — de pijnlijkheden van het lichaam, en de benauwdheden der ziele, eer de feheiding van ziel en lichaam daar is. — Ook de rotting, die mijn lichaam zal ondergaan, en de verfchijning mijner ziele voor God , dat alles doet mij dikwerf Adderen en weeklagen.

Wat toch is de rede van deze mijne bevreesdheid? Gij, die mij zoo dikwerf door uwe fchriften hebt geleerd en vertroost, zult mij immers nu uwen raad niet onttrekken?

, Zo ik vrolijk, zo ik gerust, zo ik bemoedigd ftierf,

zoude het u immers eene wezenlijke vreugde zijn? ■

Tracht dan door een fpoedig andwoord daar toe behulpzaam te zijn. In die verwachting blijve ik uw heil-

toeweufchende Vriend!

L. M.

Wii achten ons verpligt over den inhoud dezes briefs iets medetedeelen , dat den Grijsaard vooral tot nut kan verftrekken.

De vrees voor den dood is het gantfche menschdom eigen, deze waarheid wordt door de ondervinding bevestigd. Maar ook zijn 'er gewigtige redenen , waarom de dood, door de beftemming der Voorzienigheid, een zeer geducht voorwerp geworden is — zij zijn bijzonder deze:

De vrees des doods heeft voor den mensch in t

bijzonder heiizaame uitwerkingen; zij verwekt bij een ieder die zucht tot zelfs-behoudenis, welke de eerfte natuurwet is. Zonder haar zou de godlooze, op de genngfte belediging, zijne woede den vrijen teugel geven, over de afgeperkte grenzen heenrennen, en zich zeiven in den donkeren afgrond nederftorten. Zij beteugelt onze neigingen ten kwaade , en verijdelt onze booze voornemens. Zn trekt ©ns hart af van de goederen dezer wereld , en belet ons

Sluiten