Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 VIJFDE LEERREDE.

nomen had, getuigde 'er van , dat de denkbeelden, welke hij daarvan verkregen had, niet met woorden waren uittedrukken ; het waren onuitfprekelijke woorden, die althands door geen menfche op aarde waren uittefpreken

3. Nog eens, een leven, dat alleropmerkelijkst en uitmuntendst is, en zijn zal, door de verbazendfle uitkomften , grootmagtige overwinningen, en Godlijke werkingen en wonderen , in de formeering , bevestiging , bewaring , uitbreiding en verheerlijking van zijn Middelaars rijk, het koningrijk der hemelen.

Voorwaar, een allerdoorlugtigfle leeftijd, waar in al wat glansrijk, groot en godlijk is , zig in den hoogden trap vereenigt: een leven, tot welks overpeinzing , bevatting, en uitdrukking de befchaafdfle welfprekendheid, 't wijdluftigst verftand, en de befnedenfle penne oneindig te kort fchiet.

Dit nu was 't gevolg van zijne opneming: zoo hangt dit t'zamen; Hij is uit den angst en het gerigte weggenomen , en wie zal zijnen leeftijd uitfpreken? Dat is; Hij is uit den angst en het gerigt verlost, en daar uit opgenomen en gefield in zulk een heerlijkheid, welks luister en duuring geen tong kan uitfpreken. Zoo groot was de ftaatsverwisfeling van den vernederden Heiland , zoo heerlijk was zijne verhooging, zoo uitflekend zijne regtvaardiging, zoo blijkbaar zijne onfchuld;

zoo

Sluiten