is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen over Jesaia LIII, LIV, en LV.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436- DERTIENDE LEERREDE.

verwekken moesten, waar door deze verlating niet geheel vrij was van toorn ; van daar dac God zijn aangezigt in eenen kleinen toorn van hen verborgen hield.

Dus van God merkelijk verlaten, en geprangd door de blijken van Zijn ongenoegen, was zij niet zonder reden een bedroefde van geeste; Dit deed haar (ziende op het tegenwoordige) zeggen, gelijk ze Cap. XLIX: 14. wordt ingevoerd ; de Heere heeft mij verlaten., de Heere heeft mijner vergeten; Dit maakte haar tot zulke treurige Zions, gelijk ze genoemd worden Cap. LXI: 2. tot welke de Mesfias kwam , om te befchikken dat haar gegeven wierde fieraad voor asfche, enz.

Dit alles nu was wel zeer gevoelig, en duurde eenen geruimen tijd; het verval begon, van tijd tot tijd, het nam toe, inzonderheid met de verheffing van het huis van Herodes, wanneer onder de valfche flikkeringen Van eenigen uitwendigen praal, het fijne goud verdonkerde, de kostelijke kinderen Sions verftoten of den aarden vlesfchen gelijk wierden; en 't wierd langs hoe erger, hoe meer de tijd der vervulling nac?rde.

Dan, het was tog maar als een klein oogenblik, het was maar als een kleine toorn, inzonderheid in vergelijking tot de uitnemende en duurzame goedertierenheden met welke God haar nu ftond te omringen; want

5.