is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T H E M I R E.

Natuur wilde aan deze aard' 't volmaakfte werk vereereu,

Dat ooit den fterfling had bekoord: Zij poogde... en trof, verheugd , het doel van haar begeeren.

Zij poogde... en bragt Themire voort, 't Bevallig meisje wies, gelijk bij milden regen

Een fpruit uit de aarde, lagchend', fchiet. De wandlaar, die haar zag, verdomde, en fprak zijn' zegen:

De ftormwind, bloemtje ! kvvetfe u niet!" Mogt ik 't aanmlnnigst beeld in mijn gezangen treffen!

Maar, neen... mijn lier valt krachtloos neêr. Hier moest ge, ö Vondel! zelf den grootfchen toon verheffen:

Keer gij, keer gij in 't leven weêr! Maar die bevalligheid, die nooit, met welke trekken

De kunst haar fchetf', gevleid kan zijn, Wierd fchooner door een ziel, vrij van oneedle vlekken,

Altijd oprecht, en wars van fcnijn. Themire had geen goud, een bron van zo veel fmarte :

De vrome is zalig zonder fchat. Zy vond de ware rust in haar gevoelig harte,

Die 't goud haar nooit gegeven had.

G 4 Een