Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏT

BOEK I

Hoofdfl naC.G Jawioc tot 117

<

l

3

3* KERKELIJKE

fchop zien moeten, als op den Heere (*) dat d verpligt zijn, den Bisfchop zoo na te volgen 2 . Jesus christus zijnen, Fader; m de Oudflen w

m* <*» Bisfchop verricht, die dient den Duivelm Tot een voorbeeld van zijne Makerij, mogen de' volgende p aatzen Ifrekken : In den Brief aan de Efezten («) fpreekt de Schrijver van „ de drie „ verborgenheden des geroeps, die in een Godlijlc „ ftdzwngen volbracht zijn, en van welke de Vorst „ dezer Wereld niets weet, den maagdelijken ftaat „ van naris, haar baaren, en den dood des Heew ren." fa den Brief aan die van Tralies (ff) „ Ik zou u ook u-el van hemclfche dingen fchrij' „ ven, nmr & (k[chte5 M g.. mi. n.et vMt£n ,^

h Want de rangfchikkingen der Engelen, en de inh nchtmgen van hunne Vorftendommen, zichtbare „ en onzichtbare dingen, zijn mij niet zoo onbe* ke"d: mw daaröffl ^ * nog niet volkomen » 'nz. Eindelijk, want alles bij te brengen, duldt ms beftek niet, in den Brief aan de Magneziërs (U\ ■oemt de Schrijver JESus onusms, „ het eeuwi' , woord des Vaders, niet voortgekomen uit de Stil!

» ti

( ) Aan die van Efeze Cap. 6. Ct) Aan die van Smirna Cap.,8. (§) Aldaar Cap. 9 (**) Cap. I9, Ctt) Cap. 5. (§§; Cap. 8.

Sluiten