is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

BOEK III

Hoofdfl. na C. G Jaar 138. lot 161.

Zijne zachtheid omtrent de Jooden.

J j

-1 < < l l « 1 ] < v z

(

104 KERKELIJKE

ten nagelaten. Met één woord, zijn roem- en achting waren, door zijne loflijke hoedanigheden, zoo gevestigd, dat de volgende Keizers, eene eeuw lang, om het volk te behaagen, den naam van antohnus aannamen.

Hoe geneigd deze Vorst was tot zachtzinnigheid, ondervonden zelfs de Jooden, aan welke , hoewel zij zich nog geftadig oproerig toonden , en door hem, met geweld, in bedwang gehouden moesten worden , bij de bcfnijdenis , en de oefening van hunne zeden cn gebruiken, toeliet, en welke, onder zijne regeering, te Tiberias eene vermaarde Hooge"chool oprichtten, wier beroemde leeraar rabbi [udas, met den bijnaam de Heilige bekend, in zijne >ijzondere gunst deelde. Deze judas heeft, in liet aatst van deze eeuw, de verzameling van mondeinge overleveringen en vooifchriften der Joodfche ^eeraaren tot ftand gebracht, die de Mifchna, (herhaaling of uitbreiding der Wet,) genoemd wordt, velke naderhand met dc Gemora, (eene verklaring Ier Mifchna,) vermeerderd, den Joodfehen Thalmud )f Leerboek, uitmaakt, uit hetwelk men de waae gcfteldheid van den Godsdienst der kater Jookm, zoo als die door hunne leeraaren, bijzonder loor de Farifeën, uit eene zoogenaamde overlcveing, willekeurig is faamgefteld, volledig kennen kan. )it werk heeft, vcrvolgends, niet alleen gediend, m deze overleveringen van den ondergang te bcraaren, maar ook, om de Jooden, door deszelfs geag, te rug te houden, van het aannemen van den Imstclijken Godsdienst..

De-