is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ir

boek

VII

Hoofdfl na C. G W 235 ïot 251

440 KERKELIJKE

onreine en onheilige offeranden. Eenigen deeden dit, bleek en ontfteld, als of zij zelve tot flachtöffers voor de Afgoden verdrekken zouden , waarom zij ■ ook door de omdanders werden befchimpt, als lieden, die noch tot derven, noch tot offereu, moeds genoeg bezaten. Maar anderen fnelden gewillig naa de Altaaren, doutmoedig verzekerende, dat zij nooit Christenen geweest waren. Van de genen, die in de gevangenis waren geworpen, zwoeren fommigen hun; geloof af, eer zij nog voor 't gericht werden voorgedeld, anderen bezweeken , nadat zij reeds eenige. pijniging hadden doorgedaan, uit vrees voor zwaarer.

Te Karthago was de afval niet minder, en dreigde den geheelen ondergang dezer bloejende Gemeente. Nadruklijk beklaagt zich cyprianus hier over (*)% „ dat een groote menigte der Broederen terdond, op „ het eerde dreigen des vijands, hun geloof verraad„ dc: zij werden niet nedergeworpen door de hevie;„ heid der vervolging, maar wierpen zich zeiven, „ door eenen vrijwilligen val, neder. — Zij verioo„ dienden hun geloof, eer men hen nog gegrepen, „ of ondervraagd had; zonder eens den Ichiin van „ dwang aan te nemen. Het fcheen, als of zij zich „ enkel van eene gewenschte gelegenheid bedienden ;■ „ en zij zelfs, die, wegens het invallen van den „ avond, door de Overheid tot den volgenden dag „ werden uitgedeld, verzochten, terdond' voortge„ holpen te worden. — Voor velen was hun eigen ., verderf niet genoeg; men wekte malkanderen op,

„ tot

(*) De Laf [is p. 122.. ed. Bremcm.