is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43o Tweede AND WOORD

der warmte zig minder gemakiijk met het grondbeginzel eener Lucht moet vereenigen, en dus dat het meer moeijelijk moet zijn, het laatfte de Luchtvormigheid te doen aanneemen , naar maate het met zelfftandigheden vereenigd is, waartoe het grootere betrekking beeft. Aan deeze omftandigheid dan

moet men het toefchrijven, waarom, fchoon bij de reductie van fommige Metaal-kalken, het grondbeginzel der zuivere Lucht zig eenvouwig, door de vereeniging die het met de zelfftandigheid der warmte aangaat, van dezelve kan affcheiden, en eenen Luchtvormigen ftaat aanneemen ; dit echter niet bij

alle Metaal-kalken gefchieden kan, namentlijk, dat bij deeze laatfte de verwandfchap van het grondbeginzel der zuivere Lucht tot de zelfftandigheid des Metaals grooter is,dan tot de warmte : waarom dan ook zodanige Metaal-kalken niet kunnen gereduceerd, dat is, (om volgens deeze Leerftelling te fpreeken) niet genoodzaakt kunnen worden , het grondbeginzel der zuivere Lucht, dat zij met zig vereenigd houden, afteftaan, dan door haar in aanraaking te brengen met zodanige zelfftandigheden, diè weder eene grootere betrekking dan zij tot het grondbeginzel der zuivere Lucht bezitten.

Dit