Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

boek VIII

Hoofdft. m C. G. Jaar 363.

tot 476.

Zijwoedt hevigst te jfclexnnMë.

30 KERKELIJKE

werd meer dan de'ns ingetrokken, en zijne fhndvastigheid maakte, dat Kappadoci'è minder te lijden had, dan andere Gewesten in Afie (*). éusebius van Samofata, daartegen, waarfchuwde zelf de Bode, die het Keizerlijk bevel tot zijne ballingfchap overbracht, om hetzelve niet openlijk bekend te maken , uit vrees, dat het volk den Bode in het water werpen, en dat men hem éusebius zijne dood vervolgends wijten zou. Liever begaf hij zich, tegen den nacht, de ftad uit naa de plaats zijner ballingfchap. Hier kwamen hem vele leden zijner Gemeente opzoeken, en bidden, om terug te komen, welken hij de vermaning van den Apostel voorhield, dat men der Overheid onderdanig behoort te zijn. Bij het groot gebrek, hetwelk vele Gemeenten aan Ouderlingen en Kcrkcudienaaren hadden, waagde hij het, ris een foldaat verkleed, in Syrië, Fenicië, en Pa'aftina rond te reizen, om dezelven te bezorgen, ;n zelfs hier en daar Katholijke Bisfchoppen aan te u-ellen (f).

Nergens hadden de Katholijken grooter mishandelingen door te ftaan, dan te Alexandrië. Hier was, in het jaar 373, athanasius overleden, hebbende zijnen ouden getrouwen lotgenoot , den Ouderling petrus, welken hij zelf daar toe aangeprezen had, tot zijnen opvolger in het Bisdom. Maar deze was naauwlijks ingewijd, of de Stadhouder van Egypte,

PAL-

(*) socrat. Libr. IV. Cap. 26. sozomen. Libr. VI. Cap. 16. theodoret. Libr. IV. Cap. 19.

(f) THEÖD. II. E. L. IV. C. 13 , 14.

Sluiten