is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tOfr

KERKELIJKE

III

BOEK VIII

Hoofdft. naC. G. jaar 303. tot 476.

Kerkvergaderingte Mediolanum,

het in ambrosius loliijk hebben gevonden, indien; hij, als een Leeraar van het Christendom, den Kei-! zer, in het geheim, zijn vergrijp nadruküjk onder het oog gebracht, en hem tot berouw en leedwezen vermaand en opgewekt had. Maar zoo openlijk de waardigheid van den Vorst op het fpel te zetten, door hem, zoo heerschzuchtig, eene willekeurige boete op te leggen, en de magt en het aanzien der Geesthjkheid bovenmatig te verheffen, was eene daad van zorglijk inzien, niet gevorderd, door de voorfchriften van den Godsdienst, en een voorbeeld, hetwelk, gelijk in het vervolg daad-lijk gebeurd is, na^ derhand verder misbruikt kon worden, om wettige Vorsten en Overheden, die het ongeluk mogten hebben, aan de Geestlijkheid, of aan dezen of genen aanzienlijken Bisfchop te mishaagen, met den Kerklijken Ban te (laan, en daar door zelfs van land en luiden te ontzetten. Al erkennen wij dan, dat ambrosius, met de beste inzichten, in dezen hebbe gehandeld, hij matigde zich nogthans meer aan, dan eenen Leeraar van het Christendom, met recht, geacht kan worden toe te komen.

Door de tijding van den gemelden moord te Thesfalonica, werd de Kerkvergadering, die thans in het jaar 390, te Mediolanum, door ambrosius met eenige Gallifche en Italiaanfche Bisfchoppen gehouden werd, voor eenen tijd afgebroken. De Ithactii-. Men, of de Bisfchoppen, die zich met ithacius, eenen Spaanfchen Bisfchop, verbonden hadden, en die in het ter dood brengen van de voornaamfta Priscillidnisten de hand hadden gehad, hadden aanleg