Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. *35

kwaad, zijnen wil zoo wel tot de kennis van God, als tot gehoorzaamheid aan zijne geboden buigen, en tot de genade, door welke wij in christus wedergeboren worden, met natuurlijke krachten geraken kan; dewijl hij naamlijk in ftaat geweest zou zijn, om , door het goed gebruik van het natuurlijk goed, of door hulp der aanvangende genade, tot de Zaligmakende te komen. enz. Verders leerden zij, dat christus voor het gantfche menschlijk geflacht geftorven is, en dat ook die genen van zijne Verlosfing niet zijn uitgefloten , welke zich hun gantfche leven lang van hem vervreemd houden; doch dat het eeuwig leven alleen van die genen verkregen wordt, die vrijwillig in God geloofd, en door hunne bereidwilligheid cm te gelooven, (merite creduütatis,) ook den bijftand der genade ontvangen hebben.

Over dit alles verzoekt nu prosper om onder richting; het aanzien dezer mannen, onder welk ook Bisfchoppen waren , hunne kunde en deugd zaamheid, zegt hij, vermeerderde het gevaar vai alle kanten; en daarom verzoekt hij ophelderingove fommige vragen, welke hij voordraagt; terwijl hij bij flot, nog meldt, dat een der geachtfte mannei in Gallïèn, hilarius , Bisfchop van Arelate, w< in alles m-et augustinus overéenftemde, maar i dc leer der voorbefchikking van hem verfchilde, e hem daar over reeds voor lang had willen fchrijveri Een andere hiearius in Gallïèn, maar van wie wij anders niet weten, fchoon hij een leerling va augustinus fchijnt geweest te zijn, fchreef hei

te

111

BOEK

IX Soofdft ia C. G. jaar 363 tot 476.

\

t

> \ 1 1 ï

I tl

SX

q

Sluiten