Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ui

boek IX

Hoofdlt. na C. G Jaar 363. tot 476.

] 1

i (

Of CASSI-

anus de j eerfte

Halve- £ Pelagiaan j geweest is. 2 v

030" KERKELIJKE ten zelfden tijde over de bewegingen , die in zijn Vaderland ontdaan waren (*). Hij bevestigt hoofdzaaldijk het bericht van prosper. Men wilde wel toegeven, zegt hij, dat alle menfchen in adam verloren zijn , en dat niemand zich door zijnen vrijen wil verlosfen kan; niemand kan met zijne eigene krachten een goed werk beginnen of volëinden. Maar zoo verdorven is toch de natuur des menfchen niet, dat hij niet ééns den wil zou hebben, om genezen te worden; ook verbonden zij de gave der volharding met den vrijen wil. Over het geheel verklaarden zij de door augustinus te berde gebrachte vragen en gevoelens voor nodeloos en verwarrend, zonder welke ook de Pelagianen heel wel hadden' tunnen bedreden worden. Men heeft, in volgende tijden, wanneer? weet men niet, aan deze ieden den naam van Semi-Pelagianen of Halve Pelagianen gegeven, omdat zij de leer van pelajius gedeeltlijk, fchoon niet ten vollen voor de ïelft, goedkeurden; zij wilden naamlijk eenen midlelweg houden tusfchen de Katholijken en Pelagianen.

Men heeft zedert lang cassianus, den beroemen Monnik, van wien wij, op zijne plaats (f), efproken hebben, voor den Stichter dezer SemiJelagiiinen of Halve-Pelagianen gehouden; omdat ijn werk, in hetwelk Semi-Pelagidanfche dellingen oorkomen, reeds tusfchen de jaaren 420 en 426

ge*

<*) Ep. CCXXVI. inter Epistt. Aug. p. 626. (f) Zie Deel VI. JBl. 72.

Sluiten