Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENI S.

331

den Tiber, met eere weder in hunne ftad ontvangen; maar in het jaar 1232 trokken zij, den Paus van partijdigheid voor Viterbo befchuldigende, met een leger in het Romein fche Kampanië; en de Paus moest hun eene aanzienelijke fom betalen, om het van verwoesting te bevrijden. De Keizer kon aan den Paus den verzochten bijftand niet verleenen, omdat hij tegen de muitelingen in Sicilië de banden volhad; zij behandelden echter over en weder elkander vriendelijk. De Keizer liet den Paus verzekeren, dat hij altijd bereid was, het zwaard tegen alle vijanden van het Geloof en de Kerk op te vatten; en de Paus verklaarde hem in eenen gezwollenen Brief, dat tusfchen de Moeder, de Kerk, en haren zoo beminden Zoon, niets anders dan volkomene eensgezindheid heerfchen kon.

Maar op hoe losfen voet deze eensgezindheid ftond, bleek, toen vele fteden van Lombardfê zich vijandelijk tegen den Keizer gedroegen, en de Keizer beklaagde zich in het jaar 1233 in eenen Brief aan eenen Kardinaal, dat de Paus bij deze gelegenheid op zijne eer en die des Duitfchen Rijks geen acht geflagen had. Evenwel verhinderde dit den Keizer niet, den Paus in het jaar 1234 zijne hulp aan te bieden, toen de Romeinen hem op nieuw uit hunne ftad verdreven hadden, willende niet alleen geene Kerkelijke ftraffen meer van hem dulden, maar zelfs van hem \eene jaarlijkfche fomme gelds voor de verdediging der Kerk eifchende; ook leiden zij in vele fteden en kasteelen in hunne nabuurfchap bezettingen, en hechtten hunne wapens in dezelve P 4 op,

V

BOEK IV

Hoofdft. naC. G Jaario73 tot 1517

Sluiten