is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na C. G. Jaar 1517, tot 1552.

;

92 KERKELIJKE

geen ons regtvaardigr. Wij weten toch , dat de „ toorn Gods oneindig is, welken de zondaar nooit „ kan bevredigen. Daarom is de Zoon van God „ gekomen , geopenbaard in het vleesch, die, in „ onze plaats, die wij door de zonde verloren waren, den oneindigen toorn gedragen en eene on„ eindige genade verdiend heeft, heilzaam voor al„ len, die gelooven. Derhalve die door eigene vver„ ken wil geregtvaardigd worden, verfmaadt de ver„ dienden van christus, en verkrijgt de geregtig„ heid geenszins, welke hij zoekt. Doch wij ge„ loovende worden bemind in christus, maar „ Gods toorn blijft op de ongeloovigen. De uit„ verkorenen in chiustus zijn Gods kinderen om ,, de verdienden en de verlosfing, die door Gods eeniggeboienen Zoon, vleesch geworden zijnde, „ gefchied is, die daarom onze Broeder heeft wil„ len worden, opdat hij het ambt van Middelaar „ zou vervullen. Dit vertrouwen der zaligheid en „ der verkiezing onderhoudt de Heilige Geest in de „ geregtvaardigden of geloovigen, als hun leids„ man, door wiens mond de geloovigen in de oe, fening van goede werken en gehoorzaamheid aan „ Gods woord dagelijks toenemen."

Uit dit alles leidt hij vervolgens af, wat het zij, iet Euangelie te prediken, en verklaart: dat het Euangelie te prediken is de vergeving der zonden m de geregtigheid van christus te verkondigen, vaar op in de wedergeborenen de goede werken volden , wel niet volmaakt goede, uit hoofde van den :og in het vleesch wonenden ouden adam, die tegen