is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 247

jare 1562. Uit zijne in het licht gezonden fchrif- r ten, als daar waren eene Verhandeling, bij wege van 1 gefprekken tegen het Ketterdoden, ten jare 1554, en een Vertoog over de Sacramenten , ten jare 1560 uitgekomen , waren zijne gedachten over de leer van God zoo zeer niet optemaken. Hij had die opzettelijk ontwikkeld in afzonderlijk daartoe ingerigte fchriften, welke hij wijslijk onder zich hield tot verdraagzamer tijden, en bij zijnen dood achterliet aan zijns Broeders Zoon faustus socinus, die, gelijk wij zien zullen, er openlijk gebruik van heeft gemaakt.

Na den dood van lelius socinus groeiden al lengs de Antitrinitarisfen in Polen zeer aan, onderfteund wordende door het gezag van achtbare Godgeleerden, die hun onder de hand waren toegedaan, en van welken fommigen niet fchroomden, met hen dezelfde leer in het openbaar te belijden. Nergens was de vrijheid in den Godsdienst meer onbeperkt, dan daar te lande, waarvan zij, allengs zich meer en meer ontdekkende, ten laatften een al te veel opfpraak verwekkend gebruik maakten. De Hervormden, onder welken zij, even als onder de Lutherfchen, in rust en vrede, vermengd leefden, ervoeren hier over onaangenaamheden, van den kant hunner Zwitferfche Geloofsbroederen, die het dulden eener openbare aandruifching tegen de algemeen omhelsde leer van God zeer euvel namen. Dit wekte de aandacht van het Rijksbeltuur, inzonderheid nadat de Antitrinitarisfen , ten jare 1563, op de Synode te Pinkzow, bij oogluiking nog onQ 4 ge*

a C. G. aari5i7. ot 1552.

Van de Antitrinitarisfen in Polen.