is toegevoegd aan uw favorieten.

Overysselsch advysboek, behelzende merkwaardige zo consultatoire als decisoire advysen en sententien, van veele voornaame rechtsgeleerden in Overyssel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADVYSBOEK. 441

nen eifch, naar de omftandigheden van zaaken, vid. Joan. Henr. Berger, disp.. forenf. tit. i. obf. 3. n. r.; maar ook dat een Aanlegger zich zeiven aan eene Injurie fchuldig maakt, wanneer hy per calumniam eene Actie van Injurie inftitueerd, of de maate in het inftitueeren van Z5me Actie van Injurie verre te buiten gaat, dubium enim non eft, quinreus injuriarum per calumniam conventus, fi abfolvatur, attorem injuriarum reconvenire posfit; zo dat zelvs een gerichtelyke afbede daar in gedecerneerd word. Immo, fi quis jufie etiam injuriarum agat fed plus, quam par eft, flagitet, ex. gr. ob leve convicium conviciantem fuftibus ctsdi, in exilium mitli, d:gnitate fpoliari ordine moveri etc. petat, a£tio injuriarum locum habebit, August. Leyzer. Med. adff.fpec. 546. med. 16 et 17.

Gelykerwys het dan nu van achteren komt te blyken, dat de Heer Aanlegger in het asstimeeren der honorabele amende ter beteringe van de hem aangedaane Injurie in queftie, zeer verre de maate van dien heeft overtreden; zo blykt het van achteren mede, dat dezelve in hetbegrooten van de profitabele amende, die alhier nevens de honorabele gecumuleerd is geweest, en naar de rechten en practycque deezer Land?n gefchieden mag, vid. Anth. Matth. de crimin. lib. 47. tit. +. cap. 4. n. 1. Joh. Voet. unum. ad f. tit. de injur. n.'ïj. DD all. Will. van der Meül. ad Stat. Ultraf. ïU. 4^. § «• 34- aHen P33' en Perk iste buiten gegaan , ae timeerende deeze hem aangedaane Injurie pecuniariter op een fomma van een duizend Ducaaten, om ter zyner dispofirie beheerd te worden, prefenteerende nog daar by met ééle te verklaaren, nochte om zodaanige fomma nochte om eenig werelds goed zodaanige Injurie te willen verdraagen, daar doch by de Transactie deezen aangaande gemaakt, daar van geen woord meer gerept, nochte een heller of penningen dieswegens erlegt of betaald is geworden. Zulk een ongemeetene eifch in eene zo geringe zaak wordt by de Rechtsgeleerden daarom als zeer belachelyk aangemerkt, en daar 03 door den Heer Leyzer in med. ad ff. fpec. 563. in coró'L zeer aardig het bekende versje van Horatius parturiunt II. Deel. K k k man-