Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238 Nuiiam en Zeineb, of de zegepraal

Men verbeeldde zich den jammerenswaardigeri toeftand, waar in de ongelukkige Zeineb zich bevond. Zy klaagde den hemel de fhoodheid der ftervelingen, en fchreidde bitter over de fmerten van haaren minnaar, haaren aanftaanden ichoonvader, en het geluk waar van ze zich verftooken vond. De fchrik van haar naderend lot voegde vrees by 't hartzeer, en de zorg voor haar gedraagen, diende alleen om haar leêven verdrietiger en ondraaglyker te maaken.

Naa eene vermoeijende reis van dertig dagen kwam zy te Damascus, en werd, door haaren fchaa. ker, den kalif aangeboden. In weerwil van haare fmerten bleeven haare bevalligheden aantrekkelyk, en by haar drukkend zielsverdriet bleef haare fchoonheid zoo treffend, dat zy haars ondanks, behaagde.

De kalif, die verrukt ftond op het zien van zoo veel fchoonheids, hoopte dat hy binnen kort in ftaat zou zyn, om de wolken van droefheid, die haar gelaat overdekten, te doen verdwynen. Meest alle de fchoonheden, die hy in zyne magt gekreegen had, kwamen hem by de eerfte ontmoeting bedroefd voor, en de neêrflagtigheid, welke hy toefchreef aan den affchrik van ftaaverny, en de fmert over het verlaaten van teergeliefde ouderen, maakte deze fchoonheden by hem te dierbaarder, zonder te vreezen dat hy te kort zou fchieten, in over haar te zegepraalen.

De pragt van het vrouwentimmer, de dienstbetooningen van een groot aantal flaaven aan haar,

die

Sluiten