Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongelukkige tuiigenoolen. 27

van de liefde van Cleon , van zyne aanhoudendheid , en van zyne gewaande rechten die op de vaderlyke toeflemming gegrond warea. Hy was verliefd; moest hy dus niet denken, dat deze akelige brief van Eleutheria zelve was? maar één enkel woord van zyne braave echrgenoote, was voldoende om hem gerust te Hellen. Hy befchouw. de haar met de zelvde tederheid, als op den eem ften dag toen hy haar gezien had; hy bewees haar de ftreelendfte liefkoozingen; hy vervloekte zyne. haatelyke agterdogt; hy oirdeelde misdaan te hebben,, door daar aan geloof te flaan; hy fchreef die verbyscering van zyn verftand toe aan zyne rampen, en vernieuwde baar de gelofte van eene onkreukbaare liefde en trouw, die by haar nimmer ia, twyffel getrokken waren. Eleutheria was alleen bevreesd voor zyne ziekte; geene woede van haaren vader, geene omkeering van hun lot, geen laster, die, op de tyding van haare yjugt, gewisfclyk het hoofd ftond op tefteeken, kon haar doen vreezen. Alle deze ydeie fchaduwen verdweenen voor het fchoon en bekoorlyk licht, dat haar thans befcheen. Roerloos , en de oogen met dierbaare traanen bevogtigd, zag zy Aristus met een fterkfpreekend flilzsvygen aan,- drukte zyne koude handen tusfchen de haare, en kon haare oogen niet verzadigen met het befchouwen van een zoo geliefd gelaat. Lieve echtgenoote, zeide hy, laaten wy de algoede Voorzienigheid danken , die ons weder vereenigd heeft; ons ongeluk is waarlyk groot geweest, maar thans, is alles herfteld; laa-

ten

Sluiten