Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PELEW EILANDEN. 315

hen van groote waarde was, om het aan hunne vrienden te geven.

VAN HÜNNE WAPENEN TEN OORLOG.

Het voornaamfte wapen , van welk zy in den oorlog gebruik maakten, waren hunne fperen: deze waren gemeenlyk twaalf voeten lang, gemaakt van bamboes, met een punt van ongemeen hard hout, aan welke weerhaken waren, zoo dat, wanneer zy in het lighaam geworpen wierden , het zeer moeilyk was om dezelven 'er uit te krygen, zonder eenig vleesch weg te fnyden, of de wond aanmerklyk te verwyderen.

Hun ander wapen was de pyl en flinger: —- die flinger was een ftuk hout van twee voeten in de lengte, met een groef 'er in, waarin het hoofd van de pyl gelegd wierd. — De pyl was van bamboes, met een punt van uitermaten hard en fterk hout, even gelyk de fpeer; zy drukten dezelven met de hand, tot dat door de veerkragt van het bamboes zulk eene kromte gemaakt wierd, als de ondervinding hen geleerd had, dat 'er nog noodig was om het bedoelde voorwerp te treffen; wanneer zy de pyl uit de groef lieten flippen, die dan voort vloog en, door deszelfs zwaarte, met de punt nederwaart vallende, het oogmerk

om den vyand te treffen bereikte. Het is naauwlyks

tebegrypen, met welk eene handigheit zy dit geweer gebruikten, op dien afftand, welke 'er noodig was om daar mede doodlyk te treffen. Hunne fperen dienden alleenlyk maar voor een zeer bepaalden afftand, zynde in 't algemeen niet boven de vyftig of zestig voeten. — Zy

Rr 2 had-

Sluiten