Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANSPRAAK. 133

•van den waaren aart des gezclligcn leevens, en aan den anderen, van de innerlijke waarde der vrouwen, als verftandige en bevallige weezens befchouwd , van haare zachtheid , van haare aanminnigheid, van de weezenlijke onderfcheiding die men haar verfchuldigd is, en van haaren overgrooten en gezegenden invloed op alle de tijdperken van ons leeven, en alle de deelen van ons geluk. — Het is genoeg dit even aan te roeren om het voor beweczen te houden.

Indien wij nu van deeze algemeene voordeelen, welke de befchaaving der mannen uwer fexe noodzaakelijk aanbrengt , ons ter bcfchouwing van die bijzondere voordeden hegeeven , welke de befchaaving der geencn met welken het uw lot is, of worden kan, in eene naauwe betrekking te verkeeren; wie Uwer, zeer geëerde Toehoorfters ! zoude niet, sl het overige gelijk gcfteld zijnde , den omgang met een verRandig man verkiezen , boven dien met eenen onverRandigen ?— Den omgang met eenen man — die buiten de zaaken van zijn beroep, welke dikwerf voor eene vrouw noch aangenaame noch nuttige voorwerpen opleeveren, zich een werk gemaakt heeft van zijn verRand door weetcnfchap te voeden, zijnen geest door fraaije letteren te verficren, zijne natuurlijke vermoI 3 gen*

Sluiten