is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerzame praat-al.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 93 >

verwording der fchoonheid zoekt het oneindige. Het verhevene fpoort hem. aan enkel en alleen door het ondoorgrondelijke, dat daar aan vast is. Zijn wellust doet hem walgen, zodra hij de grenzen der verzadiging aanraakt; des viert hij zijne verbeeldingskragt den ruimen teugel, en plaatst de grenzen der ruimte in het oneindige. Deze eindelooze. pooging, die het doel hoe langs zoo verder uïtftrèkt, is gepast aan het. , wezen, aan de eigenfehappen en bedoelingen der geesten. De verwonderenswaardige werken van den Oneindigen vervatten ftof en voedzel genoeg , om deze pooging tot in eeuwigheid te onderhouden. Dus vindt de mensch voor zijnen geest altijd een onafzienlijk veld van befchouwing. Doch hoe meer hij de voorwerpen van nabij ziet, zoo veel kleiner hem zijne wetenichap wordt; en al leefde hij zo lang als de tijd, hij zou nog een onmondige Patriarch zijn, die vr.n het hot^en waarom zijne les nauwlijks ten halve geleerd hadt. — Wet welk eene verrukking roept hij dik werf uit : o ichat van wijsheid, in wiens diepte ik verzink! Och, dat ik arendsvleugelen had! ik zou dampkring, lucht en wolken klieven. IK zou langs die zwervende planeten drijven, derzelver mwooners, natuur , taal, en verrigtingen, en, wie weet welke diepe geheimen! ontdekken. Ik zoude Herren tellen — ifc zou den fchranderften Astronbmist, bij mijne wederkomst, zeggen hoe menigmaal hij dwaalde , en hoe weinig hij weet. Ik zou . . . maar ach! ik beef! — Mijn wensch is vermetel. Ik ben een midden-fchepzel, een worm op aarde. Hier moet ik mijnen Maaker verheerlijken. Kleine wereld! gij hebt ftot genoeg voor mijn beperkt verftand. Ik behoef tot de vernevelingen niet op te klimmen. Hier zal ik voordgaan , om de orootheid des Scheppers te leeren kennen. — Zo -redent hij, en, eer hij de kleuren en naamen der werken van het groot heelal kan opnoemen, fterft hij.

Daar daar ligt eensklaps de grootheid van den mensch.

Redenloos dier gij zijt veel gelukkiger dan ik! gij hebt geene voorM 3 ft£l-