Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP JANUS DOUZA. 3i

gefchreven (d). — Maar wij , mijne Heren ! zullen wij, de menfchelijke kortzigtigheid bewenende, thans den wijzen Bellisfer van 't lot der volken voor deeze weldaad danken? Eene eeuwigheid is daartoe nog te kort, en ik buig , zwijgende, het hoofd voor den glans, welke zijnen zetel omfchijnt (ïoj.

Leijden wierd in 1674 ten twedemaal het toneel des krijgs en van onzen roem. De Spanjaards (20) naderden, brullende gelijk tijgers , die hunne prooi zoeken , hare muren , —■ om een reeds gebogen riet geheel te verbreken ? neen -—- om te leren , dat, wanneer een volk de liefde voor het vaderland , en de fchoonfte deugden tot den hoogften trap kan voeren, het dan de tijd is van grote daden, en niet die, welken men moet uitkiezen, om ketens te geven. Leijden droeg het bevej over hare burgers , gedurende het beleg, aan douza op (e). Deeze keuze wierd toegejuigcht door ■ alle Nederlanders ,

(<ƒ) G brandt Hist. der Reform. I. D. 709. (e) Waoenaar VI. 483. Hooit Ned. Hist. fol. 373. j. oai-ers, befchiijviiig van Leijden. p. ^5o.

Sluiten