Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1544-

Den 6. Maert.

Van dia vnn Dordrecht , Haerlem Avnlrerdam en Gouda.

Antwoordt van die van Delf.

Antwoorde van den Stadhou der.

( %i )

hebben den Heere Prince van Orangicn voöf antwoorde te geven, inden eerften, d'Edelen en die van Leyden, dat fy te vreeden waren den Impoft fijnen voortgangh te doen hebben.

J)Tc van Dordrecht, Haerlem, Amfterdam en Gouda, dat haerluyden wel acngenaem foude wefen den voorfz impoft lijnen"voortgangh te hebben, in gevalle daer eenigh profijt uyt mochte komen, maer vermidtsst felve feer weynigh foude wefen, lieten hun duncken oorbaer te wefen het voorfz concept te avanceren, ende en kofte 't felve niet wefen pnejudiciabcl d'andere Landen, alfoo d'Impoft altoos blijft op de Wijnen en Bieren, en dat defe Landen van andere conditie waren dan die van Brabant, Vlaendcren en andere; begeerende daeromme dat den Heere Prince aen hare Majefteyt de Koninginne foo veel foude willen doen, dat 'tvoorfz Concept fijn voortgangh mochte hebben, of dat ten minftcn met de publicatie vanden nieuwen Impoft gefupcrfedeert foude werden, ter tijdt toe de Staten by haere Majefteyt geweeft fouden hebben.

File van Delf dat fy perfiftcerden by haer Brieven van gratie en exemptic , 't welck ick oock aenden Heere Prince verhaelt hebbe.

QP welck verfoeck den Heere Prince de voorfz Staten , noopende de principale Petitie, voor antwoorde dede feggen, dat gemerekt hy generael bevel hadde by twee diverfche Miffiven vande Koninginne, en dat oock den Heere van Affendelft bevel hadde om den

voorfz

Sluiten