Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a3 HET WAAR GELUK,

liet hooren van 't zacht gemurmel ccner flingerende ^>ee« ke, die daar door heenen vloeit; zelfs door de ftilt/ van een' fchoonen nagt, cn 't gezicht van het geltcr/id ge. welf, waarin met zoveel majesteit die heerlijk* bollen zweeven, die niet ophouden de eer van haaren .vehepper te verkondigen ! Zelfs de dingen welke dc natu\r het diditst onder mijn bereik geplaatst he.ft , en die ovtsïd 't meest gemeen zijn, kunnen op duizenderlei wijzen in mijne ziele indrukfelcn van waar en zuiver vermaak doen ontdaan, indien deze ziel Hechts gefdukt is, om dezelve te ontvangen, en geene vrijwillige beletfelen inbrengt door zich in wanorde te vermaaken , of door het voeden van een' valfcheh cn bedorven fmaak. Ja! mijne ziel omhelst de geheele natuur met eene maate van tederheid en aandoening , ver verheven boven die, welke de vermaaken der zinnen doen geboren worden: gelijk ook haare voldoening niet bepaald is binnen de nauwe cn onzekere grenzen, welke de zielen der zinlijke menfehen bepaalen. Ik va-lies met verrukking mijzelf, in de bepeinzing van deze algemecne fchoonhcid, waarvan ik zelf een deel poog te worden, dat met het geheel overéénftemt.

Voordgaande mij in deze befchouwingen te verdiepen, komt mij een denkbeeld voor den geest, dat mij in nog Veel grootcr verwondering brengt. Wezens, die, ondanks hunne bepaaldheid, reeds zoveel fchoonheid bezitten: —

we-

Sluiten