Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

so DE ZUIDER-HAAKSj

FrjTJE.

Och mij ongelukkige! och mij ellendige! wat zal mij' nog overkomen!

Mijn vader om 't leeven, en mijne moeder mede in een ftaat, waar voor ik moet fchroomen. AALTJE /nikkend weenende.

Mijn allerlieffte moeder... mijn va...der heeft mij verlaaten, verlaat jij me toch nou niet.

Och Fijtje, moeder fterft! och zij fterft! och moedertje zie toch mijn verdriet!

Wil voor 't minst voor jou Aaltje trachten te blijven in 't leeven,

Waar zou ik arme weez, zonder vader of moeder mii heen begeeven? '

FIJTJE.

Och Bernhart wat zal ik beginnen? zij is zo bleek en blaauw, of ze de geest alreeds uitgeblaazen heeft.

Zo men haar geen hulp toe brengt,is het onmogelijk, dat zij lang meer leeft.

EERKHART als uit een diepe mijmering

ontwaakende.

Wat is 'er tc doen ? ik ben als raadcloos en mijne zinnen maaien.

Wacht... ik zal om haar aangezicht te befprengen wat koud water gaan haaien ,

Ik boop dat zij daar door weer bij haar zelve komen zal!

FIJTJE.

ö Verlaat mij toch nu niet, want koud water heb ik hier a].

Het ftondt hier al in een emmer klaar om groenten in te wasfehen'.

Help mij toch, bid ik je, om haar te befprengen, eer de dood haar veege leeven komt verrasfehe'n !

TIEN-

Sluiten