is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van kunst en wetenschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198 HET STELSEL VAN HALLER, OVER

ligging van zich aanéénhechtende leden ? Maarzulk; een Befchouwer moet 'er nog' geboren worden, in het rik der Natuur; of hij behoort tot den rang der natuurkundige Dweepers. Wanneer een proefondervindelijke en welwikkende Waarnemer hier rigter mag zijn, zal hij alleen vastftellen, dat de vroegere of latere ontdekking van het ééne ingewand naa het andere geen gevolg is van een trapswijze ledenvorming, maar van een langzame ongewaarwordelijke ukwaasfeming der vloeibare deelen, waar door de hoofdftoffcn der vrucht allengs tot elkander naderen, om vaste ligchamen te worden. Dat men derbalven vóór en in den beginne der bevruchting de fpruit niet geheel ontdekt, moet men alleen aan de vloéi- en doorfchijnbaarheid der deelen toefchrijven, maar 'daar uit geen .befluit maken van derzelver onaanwezendheid. Om hier van overtuigd te zijn, geve men flechts acht op het hart, dat reeds het bloed in de flagaderen voortdrijft, eer men 'er aan denken kan, aan de befehouwing der nieren, eerst op den zesden dag befpeurd, daar nogthans op den derden dag de (Urina) pis wordt afgefcheiden. Dewijl hier nu eene werking is, moet 'er noodwendig een werkend onderwerp beftaan, dat, wegens zijne kleen- en doorfchijnendheid, eerst ons oog ontfnapte, maar, naderhand verdikkende, daar aan blootgefteld wordt.

Maar men heeft nog eene andere bedenking, ontleend van de zoo hooggeroemde verfcheidenheid,. welke door het gansch gefchapene, niet alleen in de voorwerpen, maar ook in derzelver werkzaamheid heerscht ? Heeft de Maker der Natuur zijne gewrochten ( vraagd men) niet onna-

gaan»