Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONREGELMATIGE EIGENLIEFDE, &$$

doen bemerken , ftelde hij zich zijne leerfchool voor, onder de gedaante van een hemelkloot, waarin de fchikking der banken groote en kleene kringen , de zelfftandige , bijvoegelijke, en werkwoorden tekens van den taankring, en zijne leerlingen dwaalilarren waren. In 't midden van dezen kloot was hij geplaatst als een luisterrijke zon, die alleen de fchaduwachtige ligchamen verlichtte. Met dezen eerzuchtigen fchoolvoogd mag ik wel paaren Palemon, waarvan de jonge Plinius, in de voorreden van zijne werken, ons een bericht mededeelt. Deze waanwijze fterveling, door een zotte eigenliefde bekropen, verftoutte zich, op de ftraten herom te zwerven, en piet beklagelijke toonen in het openbaar, de ongelukken van het voorledene en volgende waereldtijdvak uit te fchreeuwen. En wat meent gij, dit de inhoud zijner klaagliederen was ? Deze: De vermetele Palemon flreelde zijne ontftelde verbeeldingkragt, met de befpottelijke denkbeelden, dat de menfchlijkheid, vóór zijne geboorte, driestonkundig zijnde, naa zijn dood, weer tot den zelfden mengelklomp yan onwetendheid zou wederkeeren. Ziet daar dan een man, met wien de wetenfchappen geboren, en ten grave gingen.

Met geen minder regt mag ik onder den rang der oude waanzieke fraaije vernuften tellen Annianus Ciampolus, van geboorte een Florentijner, (*) Met doel van dezen eerzuchtigen Poëet was, om op de puinhoopen van den gefchonden roem zijner voorgangeren, eene eerkapel voor zich zelv' te ftichten. Hierom had hij de vermetelheid, om de keur der oude Griekfche en Romeinfche dichteren voqr laagkruipende zielen aantezien, aan

wie»

(*) D. G. Morhof Polijh. I. t. L, i. C. 13. $ 25.

Sluiten