Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELDICHTEN. 23

Ik wensen alleen mijne offerhanden Aan 't outcr, in dat choor gedicht, Te wijden, door mijn needrig dicht.

Verfmaad die niet, o Puikverdanden! 't Schaadt immers uwe glorie niet, Dat u een tecdre nimf geringe hulde biedt.

0, Dat ik bij het kabblend vloeien Des Maasdrooms, in de Rottcdad, Als hier, mijn bezigheden had, Hoe zou mijn hart van ijver gloeien! 'k Ving dan uw galmen, keer op keer, En volgde, al hinkende, u langs 't moeilijk fpoor van eer. •

Uwe Erato zou mij geleien In 't lustprieel, waar Clëis diep; Terwijl ik met u zachtjes riep: „ Loopt, windjes, elders fpeelemeiën; „ Want als gij Clëis flaapje breekt, „ Vrees ik, dat zich die maagd van mijne doutheid wreekt."

1)4 Z°

Sluiten