Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a8 DE ZEEUW SC HE

Mede opgeploegd, de kooren-aard' verbast're.

De koorenaard', het fynfte en vetfte fli'o,

Dat bovendryft, in zee, om 't laatst te zinken, (#)

Ter

de tweede maal wel zes, de derde maal negen of tien, en de vierde maal wel eens twaalf duimen , flyl op en neer, in den grond. Doch boven al draagt men altoos zorg , den ploeg nooit zoo diep te doen indringen, dat men of in't zand kome en 't zelve boven ploege, 't geen het land verarmen zou; of in 't geen men de roode , of blauwe fpier noemt, als welke eene zeer taaije ftof zynde, den grond boos en moeilyk te bewerken maaken zou; ja veel boven-geploegd, het land koud en onvrug'tbaar doet worden. Zy zit meest, in landen, die niet zandig en dus goed van aart zyn; en valt op de eene plaats roodagtig, op de andere blauwagtig van kleur, waaruit zy haare verfchillende naamen ontleent.

(^) In de Zeeuwfche ftroomen , dry ven verfcheidenerlei foorten van {boffen, die, (ten minsten grootstendeels, want door de beweeging der vloeden, winden en ftormen , heeft er wel eenige mengeling plaats,) op verfchillende hoogten,,

in

Sluiten