is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaringen der korte stellingen van Herman Boerhaave.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

245 DE WATERZUGT. $.1218.

re de minfte kwaade reuk van zich gaf. behalve de opgenoemde tekenen, en vooral die geduurige hottighcid, heb ik eenige malen waargenomen, dat zy het hoofd geenzints regt op kunnen houden , maar terftond kermen; maar zo dra het hoofd zagtjéns agterovergebogen, door een kusfen onderfteunt word, leggen zy gerust, maar weezenloos. ik heb de vergadering der waterige wei in de holligheden der hersfenen durven voorzeggen, offchoon de grootte van het hoofd nog niet fterk toegenomen was,en in het ontleede lyk heeft de waarheid van de voorzegging gebleken: ik heb ook altyd gevonden, dat dit water helder was zonder eenige ftank.

Hippocrates (e) heeft de tekenen befchreeven , welke aanweezende zyn , zo het water in de hersfenen ontftaan is, maar hy maakt geen gewag van de vermeerderde grootte van het hoofd, en de overige welke hy in de geneezing der ziekte befchryft, leeren genoeg, dat hy hier niet handelt over een waterhoofd in kinderen, wanneer de beenderen verwydert kunnen worden , maar over de vergadering van het water in de hersfenen van een reeds volwasfen mcnsch. edoch deeze tekenen noemt hy op: een fcherpe pyn in 't voorfte van het hoof'd en de flaapen, en fomtyds in een ander deel van het hoofd ; en fomtyds rilling en koorts; pyn op de plaats van de oogen, en derzei' ver duisterheid, de oogappel word doorfneeden, en zy fchynen twee voor een te zien, en , zo hy opftaat, word hy door een duistere hoofddraaijing aangetast enz. maar zo men deeze tekenen met die van Vetit (ƒ) vergelykt, welke hy in de lyken der aan deeze ziekte geftorvene gevonden heeft, zal de reede van deell toevallen genoegzaam blyken, want hy heeft het dikke hersfenvlies gevonden vaster dan na gewoonte aan de hersfenpan vast te zitten, de voet van het bekkeneel platgemaakt, en als nedergedrukt, het rond van de oogen te gelyk met de oogen na buiten gedrukt, maar wy kunnen uit de kinderen naauwlyks halen,

(e) De Morbis Lib. II. Cap. 6. Charter. Tom Vil pag. 56 Cf) Aeadem. des Sciences 1'an 1718. Mem. pag. 123.