Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c«3

Vooronderftellcnde , dat men een horologie heeft gekregen, zal men eene weddenfehap van een gouden rijder aanbieden; zeggende tegen den gecnen, wien het horologie toebehoort, ik wed om een gouden rijder, dat gij geen driemaal zult zeggen: mijn horologie. Het horologie op tafel liggende, cn de weddenfehap gedaan zijnde, zal men het horologie nemen eu aan den eigenaar, met wien men gewed heeft vragen: wat is dat? hij zal dan niet in gebreke blijven, van te zeggen : mijn horologie.

Dan moet men iet anders nemen, bij voorbeeld eene pen, een papier, of iet anders en doen dezelfde vraag. Indien hij dan noemt het geen gij hem vertoont, heeft hij zijne weddenfehap verloren; integendeel, zo hij op zijne hoede is, en antwoord: mijn horologie, zal men zeggen: mijn heer, of mevrouw, ik zie wel, dat ik de weddenfehap zal verloren hebben, want zo gij nu nog eens zegt: ■ mijn horologie, hebt gij volftrekt gewonnen; maar als ik verlies, wat zult gij mij dan geven? de ander, die altijd op zijne hoede zal zijn , zal weder antwoorden: mijn horologie; als dan hem of haar op het woord vattende, neemt men het horologie naar zig en geeft den gouden rijder.

Sluiten